Mijn pand staat leeg. Wat zijn de gevolgen voor de btw?

Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen leegstand voor de ingebruikname en leegstand na ingebruikname.

 

Als een nieuw pand leegstaat voordat het in gebruik genomen is, heeft dit geen consequenties voor de afgetrokken voorbelasting. De bestemming van het gebouw is doorslaggevend voor de mate van aftrek.

 

Gaat het om leegstand nadat een pand reeds in gebruik genomen is en bevindt het pand zich in de herzieningsperiode (d.w.z. binnen 9 jaren na het jaar van aanschaf), dan heeft de staatssecretaris het standpunt ingenomen dat leegstand in dat geval niet tot herziening van de genoten aftrek leidt.

Leegstand is geen gebruik voor belaste of vrijgestelde prestaties.

 

De Rechtbank Arnhem heeft op 6 december 2012 nr. AWB 11/4103 geoordeeld dat wanneer daadwerkelijk gebruik ontbreekt, het voorgenomen gebruik (na de leegstand) bepalend is voor de herziening. Mocht u bij de aanschaf geen btw in aftrek hebben kunnen brengen (omdat u het pand verhuurde aan een vrijgestelde ondernemer), bevindt het pand zich binnen de herzieningsperiode en heeft u het voornemen om het pand nu belast te gaan verhuren, dan kunt u een beroep doen op de uitspraak van de Rechtbank Arnhem en alsnog op grond van de herzieningsregels een gedeelte van de in rekening gebrachte btw bij de aanschaf in aftrek brengen. U dient uiteraard wel aannemelijk te kunnen maken dat het voornemen bestaat om het pand voor belaste prestaties te gebruiken, bijvoorbeeld documentatie van de makelaar waarin staat dat btw belaste verhuur het uitgangspunt is.

 

In beide situaties is de btw op de kosten die gedurende de leegstand in rekening worden gebracht, zoals bijvoorbeeld schoonmaakkosten, energiekosten, onderhoudskosten aftrekbaar overeenkomstig de bestemming van het gebouw. De Hoge Raad heeft dat in meerdere arresten beslist. De staatssecretaris denkt hier echter anders. De kosten worden verbruikt zonder dat een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat met een belaste uitgaande prestatie. Volgens de staatssecretaris betekent dit dat de aftrekbare btw vastgesteld dient te worden op basis van het pro rata van de ondernemer in het jaar van leegstand. Indien een btw-ondernemer in een jaar bijvoorbeeld 60% van zijn totale omzet heeft behaald met belaste activiteiten en het voornemen heeft om het pand volledig belast te gaan verhuren, dan kan de ondernemer volgens de staatssecretaris slechts 60% van de btw op de instandhoudingskosten in aftrek brengen.  Mocht deze pro rata in uw situatie nadeliger uitpakken dan een aftrek overeenkomstig de bestemming van het gebouw, dan kunt u een beroep doen op de arresten van de Hoge Raad.

Meer weten? U wordt graag verder geholpen door: